• blad nr 3
  • 1-3-2018
  • auteur . Overige 
  • Redactioneel

De Lerarenbeurs bestaat 10 jaar 

Lang leve de leergierige leraar

Sinds tien jaar kunnen docenten met de Lerarenbeurs een studie volgen naast hun baan. Wat heeft die zak met geld docenten en het onderwijs opgeleverd?

Lisanne van Sadelhoff

De onderwijskwaliteit verbeteren en het leraarschap aantrekkelijker maken. Dat was wat Ronald Plasterk, toenmalig minister van Onderwijs, wilde bereiken met het Actieplan Leerkracht, dat hij met onderwijsvakbonden en werkgevers afsprak. Eén van de maatregelen die al snel de meeste bekendheid vergaarde was de Lerarenbeurs. Nu tien jaar oud. Bevoegde leraren werden met een zak geld én verlof gestimuleerd om opnieuw de schoolbanken in te gaan, voor verdieping of verbreding.
Sjerp van der Ploeg, onderwijsonderzoeker bij Oberon, weet het nog goed en niet alleen vanwege de campagneposters die het ministerie van Onderwijs Nederland in slingerde. “Het was een heel specifieke regeling en meteen heel concreet voor de docent”, zegt hij. “Het bijzondere was dat het iets anders was dan gewoon weer het beschikbaar stellen van nascholingsmiddelen. Nu was de leraar in de lead: met de Lerarenbeurs werd de verantwoordelijkheid bij de docent zélf gelegd.”
Ineens was de keuze reuze: docenten konden cursussen, trainingen, masters of bachelors volgen. In het eerste jaar verwachtte het ministerie tussen de 700 en 1500 aanvragen. Inschattingsfoutje. ‘Dat aantal is met 7461 aanvragen fors overschreden’, meldde het destijds in een persbericht. Het beschikbare subsidiebedrag werd verhoogd van 7 naar 18 miljoen euro.
Met name de verlofregeling, waardoor scholen geld kregen om docent op collegedagen te vervangen, klonk zowel docenten als hun directeuren als muziek in de oren. “Dat is zo sterk aan de Lerarenbeurs: dat leraren structureel tijd krijgen om zich verder te ontwikkelen”, zegt Klaas van Veen, hoogleraar onderwijskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen. “In de cao staat dat docenten 10 procent van hun tijd mogen besteden aan bijscholing, maar we weten allemaal hoe dat in de praktijk gaat: een extra lesje hier, gesprekje met ouders daar...” De Lerarenbeurs moest het antwoord worden op dat probleem.
Een effectief besluit, want in 2015 zeven jaar na de invoering hadden 39.329 leraren gebruikgemaakt van de beurs. De verlofregeling bleek effectief. ResearchNed constateerde dat elk uur studieverlof de kans op studievertraging bij studerende leraren verminderde. Maar het onderzoeksbureau, dat onderzoek deed in opdracht van het ministerie, concludeerde ook dat het in de praktijk soms lastig is voor docenten om voldoende studie-uren te krijgen. ‘Leraren die de opleiding niet hebben afgerond zoeken de oorzaak veelal in tijd’, zo schreven de onderzoekers. Bovendien gaven docenten aan dat er aan het begin van de opleiding ‘geknokt moet worden om de vervanging goed op orde te krijgen’. Ook zeiden de afvallers dat ze het lastig vonden de opleiding te combineren met hun werk.
Vorig jaar leek dat probleem niet opgelost: toen werden er 10.779 beurzen aangevraagd en 8905 toegekend: aanzienlijk minder dan voorgaande jaren. Uit een metastudie bleek dat ‘tijd’ het grootste struikelblok was. Of, beter gezegd: een gebrek daaraan. Klaas van Veen: “Schoolbesturen zouden hier betere afspraken over moeten maken, maar in de praktijk zien we ook dat het lerarentekort het nog moeilijker maakt om vervangende docenten te regelen.”
In verschillende evaluaties die in de loop der jaren zijn gedaan, wordt de term ‘hordeloop’ genoemd. Behalve het regelen van vervanging en het krijgen van voldoende tijd, was het aanvragen van de beurs (bewijzen dat je aan alle voorwaarden voldoet) ook een flinke horde. Net als het afstuderen zelf. Dus met alleen geld en de belofte voor tijd, ben je er nog lang niet.
Bovendien veranderden de regels rondom de beurs toen het Centraal Planbureau becijferde dat het grootste deel van de opleidingen en trainingen die met de Lerarenbeurs gefinancierd werden, ook zonder beurs wel gevolgd zouden zijn. Van der Ploeg: “Ongeveer 10 procent van de leraren kreeg tussen 2008 en 2015 een beurs. Daarvan zegt de helft dus 5 procent van de leraren juist door die beurs een opleiding te zijn gaan doen.”
Vanaf 2012 mochten er voor het geld daarom alleen nog maar bachelors of masteropleidingen worden gevolgd. Opleidingen korter dan één jaar konden vanuit het reguliere nascholingsbudget worden betaald. “Een professionaliseringsslag”, noemt Van der Ploeg het. “Het werd allemaal iets serieuzer en minder vrijblijvend. Dat is ook goed, want er is veel geld mee gemoeid.” Sinds 2013 konden ook invalkrachten de beurs krijgen, net als ambulante begeleiders.

Fenomeen
Inmiddels is de Lerarenbeurs een fenomeen. Oké, vermoedelijk kan niemand alle voorwaarden en regels uit z’n hoofd opdreunen (elke leraar kan maximaal 7000 euro per jaar ontvangen, bijvoorbeeld), maar weinig docenten zullen hun wenkbrauwen fronsen als ze het woord horen. Sterker: de beurs wekt vooral positieve reacties op, zo bleek uit een rondvraag op een facebookpagina voor leerkrachten. Het woord ‘dankbaar’ viel meerdere keren ondanks dat het soms pittig kan zijn. ‘Een superregeling’, schrijft Lydia Janse, ‘zonder die regeling was ik nooit aan mijn bevoegdheid Nederlands begonnen!’ Laura Wildemann, werkzaam in het voortgezet onderwijs, schreef: ‘Ik kon er de master Leren en Innoveren van bekostigen. Heel fijne regeling waardoor ik aan mijn professionele ontwikkeling kon werken.’ Van der Ploeg: “En vergeet het onbedoelde bijeffect niet dat, sinds leraren de Lerarenbeurs ontvangen, er meer van het reguliere nascholingsbudget over was voor onderwijsondersteunend personeel en managers.”
Maar gaat de kwaliteit van het onderwijs en de docenten ook omhoog door zo’n beurs? Toegegeven: dat is moeilijk te onderzoeken, zegt hoogleraar onderwijskunde Klaas van Veen. “Ik geloof er wel in dat zo’n studie de lessen en leraren versterken. Het is altijd goed als docenten zich ergens in kunnen verdiepen. Het brengt je op nieuwe ideeën, inspiratie. Dat hebben leerkrachten, maar ook leerlingen nodig.”
Volgens ResearchNed gaven leraren in 2015 aan dat zij vonden dat ze kwalitatief beter les zijn gaan geven. Directeuren herkenden dat beeld. Van der Ploeg constateert dat docenten zich met de beurs ook beter kunnen voorbereiden op nieuwe ontwikkelingen binnen hun vak. Typisch voorbeeld: de master Special Educational Needs (SEN). Ruim twee jaar geleden gebruikten basisschoolleerkrachten de beurs in bijna twee derde van de aanvragen voor die studie. Een verdubbeling ten opzichte van 2008. Van der Ploeg: “Ze maakten die keuze vanwege de invoering van passend onderwijs. Docenten wilden weten hoe ze met kinderen met extra ondersteuningsbehoeften om moesten gaan en ik geef ze groot gelijk: met de juiste kennis sta je met meer zelfvertrouwen voor de klas.”

Hoger salaris
Een andere reden dat leraren een opleiding volgen, is om hun carrière een boost te geven, zo stelt Van der Ploeg. Denk aan salarisverhoging, een andere functie. Een kwart tot een derde van de beursaanvragers kreeg andere taken binnen de school (voortgezet onderwijs 22 procent, primair onderwijs 32 procent). Qua salaris gaf 16 procent van de beursaanvragers in het primaire onderwijs aan een salarisverhoging te hebben gekregen, en 15 procent in het voortgezet onderwijs. 70 procent van deze groep stelde dat dit komt door de Lerarenbeurs.
Toch vindt Van Veen dat die percentages hoger kunnen. Hij vindt dat de carrièremogelijkheden voor beursaanvragers na hun afstuderen beter moeten worden georganiseerd. “Niet elke school reageert er goed op”, zegt hij. “Soms is het: Oké, leuk zo’n opleiding, bedankt en weer door. Zonde van de moeite en opgedane kennis. Bovendien loop je kans om je docenten kwijt te raken. Er moeten vooraf betere afspraken worden gemaakt tussen docent en de directie.”
Maar één ding staat boven kijf: Van Veen en ook Van der Ploeg hopen dat de Lerarenbeurs blijft bestaan. Van Veen: “Leraren blijven leergierig. Dat moet je organiseren.” Van der Ploeg: “Als je kijkt naar het doel van Plasterk toentertijd het vak aantrekkelijker maken voor potentiële docenten kan ik niet met zekerheid zeggen dat dat echt is gelukt.” Maar hij weet zeker dat de beurs het vak voor huidige docenten aantrekkelijker heeft gemaakt. “Meer kennis, een andere baan in het onderwijs, beter leren lesgeven: allemaal pullfactoren die docenten, scholen én leerlingen een frisse wind geven. Dankzij zo’n beurs houd je een leraar langer in het onderwijs.”

{portret 1,}
‘Ik sta sterker in mijn schoenen’

Jos Olthof (64), lerarenopleider, initiator en contactpersoon op basisschool de Stapvoorde in Almelo, maakte in 2009-2010 gebruik van de Lerarenbeurs.
“Toen ik van de Lerarenbeurs hoorde, had ik net besloten dat ik me wat meer wilde specialiseren in het coachen van pabo-studenten op onze school. Dat geld ik geloof dat het 2400 euro was, voor mijn vervanging en om de opleiding te betalen kwam goed uit. Ik volgde een cursus van een jaar om het certificaat Opleiden in de School te behalen en kreeg om de twee weken op maandagmiddag les bij Saxion Deventer. Ik leerde onze studenten beter communiceren, leerde ze de juiste feedback te geven en te coachen, ik kon beter met hen de diepte ingaan. Dus niet alleen: ‘Hoe was je les’, maar ook: ‘Hoe reageerden de kinderen, wat heb je daar mee gedaan, wat deed dat met jou?’ Inhoudelijk voelde ik me na die cursus professioneler in mijn schoenen staan. Ik weet nog dat collega’s in het begin een beetje raar opkeken: ga je daar je lerarenbeurs voor inzetten? Het was geen master of bachelor. Maar ik heb er iedere werkdag nog heel veel aan.”

{portret 2}
‘De beurs heeft me niet overgehaald’

Minie Visser-Scholte (60) geeft Frans op het Revius Lyceum in Doorn. In 2008 ontving ze de Lerarenbeurs.
“Ik wilde graag lesgeven in de bovenbouw en daarom besloot ik een master Frans te doen om mijn eerstegraads bevoegdheid te halen. Bovendien was er door de overheid een promotie in het vooruitzicht gesteld voor docenten met die graad. Dus eigenlijk was ik al wel van plan om die studie te doen: in die zin heeft de beurs me niet overgehaald. Het eerste jaar werd betaald door mijn school, daarna werd de Lerarenbeurs ingesteld. In totaal heb ik er 3,5 jaar over gedaan. Ik vond het studieverlof heel fijn. Het was ook nodig, ik was ongeveer vijftien tot twintig uur kwijt per week. En eigenlijk kon ik er niets naast doen. Elke vakantie, alle weekenden: alles stond in het teken van mijn opleiding. Mijn gezin heeft er dus ook echt veel last van gehad. Nadat ik mijn diploma haalde, bleek dat de schoolleiding mij niet voldoende uren kon geven in de bovenbouw. Daardoor is die promotie, waar ik het ook voor deed, er niet gekomen. Maar als je me vraagt of ik iets heb gehad aan mijn opleiding en de Lerarenbeurs? Ja: ik geef nu al jaren Frans in de bovenbouw, dus het is me gelukt.”

{portret 3,}
‘Het gaf mijn loopbaan een nieuwe wending’

Marjolein Held (55) werkt als docent op de mbo-opleiding verpleegkunde op het Koning Willem I College in Den Bosch. In 2009 ontving ze voor twee jaar een beurs.

“Als docent had ik behoefte aan actuele onderwijskundige theorieën en wilde ik een voortrekkersrol spelen bij onderwijsvernieuwingen. Daarom koos ik de master Professioneel Meesterschap. Het studieprogramma bestond uit hoorcolleges, een aantal tweedaagse lessen en een buitenlandse studiereis. Daar kreeg ik verlof voor. Ik had geluk dat ik parttime werkte, zo kon ik ook nog in m’n vrije tijd studeren. Dat was nodig: het was pittig, zeker in combinatie met werken. Weer studeren vond ik fantastisch. Je leert zo veel. We waren de eerste lichting van deze studie, met een groepje van negen leraren uit vo en mbo, hadden goede discussies over onderwijs. Inhoudelijk was het een uitdaging. Om een goed essay te schrijven of onderzoek te doen, moet je je echt verdiepen in de literatuur en onderzoekstechnieken. Toch heb ik er geen spijt van. Het maakt me professioneler en het gaf mijn loopbaan een nieuwe wending: tijdens een onderzoek voor mijn studie kwam ik in contact met de Beroepsvereniging voor docenten in het mbo. Naast mijn docentschap ben ik nu ook voorzitter van deze vereniging. Het was alle moeite waard.”

{groot kader overzicht beurzen}
Beurzenparade

De Lerarenbeurs is misschien wel de bekendste, maar: er zijn er meer. Een overzicht.

Promotiebeurs
Wie als leerkracht werkt, een vaste aanstelling heeft én wil promoveren, kan aankloppen bij de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). Wie de beurs krijgt, wordt vijf jaar lang maximaal 0,4 fte vrijgesteld voor het geven van lessen. De beurs bedraagt 3500 euro per jaar (reis- en studiekosten).
nwo.nl

Tegemoetkoming onderwijsmaster
Wie docent is in het primair onderwijs, recent is afgestudeerd en een master wil halen, komt in aanmerking voor de regeling ‘Tegemoetkoming onderwijsmasters’. Geldt wel alleen voor de tekortvakken in het voortgezet onderwijs. Van de regeling kan alleen dit jaar nog worden gebruikgemaakt.
duo.nl

Lerarenontwikkelfonds
LOF is er voor leraren de het onderwijs op hun eigen school willen verbeteren. In het primair en voortgezet onderwijs kunnen ze een bijdrage tussen de 4000 en 75.000 euro krijgen.
lerarenontwikkelfonds.onderwijscooperatie.nl

Tegemoetkoming herintreders
Basisscholen die een herintreder in dienst nemen (voor minimaal een halfjaar), kunnen sinds eind vorig jaar subsidie krijgen (2500 euro per herintreder). Dat geld kan worden gebruikt voor ondersteuning en begeleiding van de herintreders. Aanvragen kan tot en met eind 2018.
dus-i.nl

Tegemoetkoming schoolleiders
Schoolleiders in het primair onderwijs kunnen met deze regeling twee studiejaren 640 studieverlofuren opnemen. De subsidie is bedoeld voor de vervangingskosten van de schoolleider.
dus-i.nl

Teambeurs
Deze subsidieregeling is bedoeld voor leraren in het primair onderwijs. Zij volgen met subsidie een masteropleiding in teamverband. Een jaar lang, na de opleiding krijgen de leraren vanuit de Teambeurs tijd om aan een ontwikkelingsvraagstuk te werken.
www.dus-i.nl

Lokale lerarenbeurzen
Leraren die werken op een middelbare school in Den Haag en geen recht meer hebben op de landelijke Lerarenbeurs of de zij-instroomregeling, kunnen met deze Haagse lerarenbeurs alsnog hun (hogere) bevoegdheid halen. In Rotterdam is de lerarenbeurs onderdeel van de ‘Leraren-cao’. Met de subsidie kun je je professionaliteit versterken met een cursus. Ook Amsterdam heeft een eigen lerarenbeurs. Die is bedoeld voor leerkrachten met een bevoegdheid in het basis-, voortgezet, speciaal en het middelbaar beroepsonderwijs. De beurs is bedoeld voor trajecten die korter zijn dan de opleidingen die door de landelijke Lerarenbeurs worden vergoed.

Erasmus+
Erasmus+ is een Europees subsidieprogramma waarvoor 14,7 miljard euro is uitgetrokken. Het programma richt zich op professionalisering van onderwijspersoneel. Er kan bijvoorbeeld een cursus in het buitenland mee worden gevolgd, of lesgeven op een school in het buitenland.
erasmusplus.nl

Werkdrukvermindering primair onderwijs
Met deze subsidieregeling wil de overheid de werkdruk op scholen verkleinen. Ongeveer vijftig scholen (bepaald door een loting) mogen zelf kiezen wat ze met het geld doen. Extra begeleiding inhuren, bijvoorbeeld, of scholing voor onderwijspersoneel. Inschrijven kan tot en met 31 maart dit jaar.

Subsidie voor zij-instromers
Bij het Arbeidsmarktplatform PO kunnen scholen aankloppen om zij-instromers binnen te halen en ze te begeleiden. Scholen kunnen een plan van aanpak maken en uitvoeren met de startsubsidie, als zij samenwerken met vier schoolbesturen en een pabo. De tegemoetkoming is maximaal 80.000 euro.
arbeidsmarktplatformpo.nl

Tegemoetkoming leraren (ook voor zij-instromers)
Studenten, zij-instromers of contractanten kunnen een tegemoetkoming leraren aanvragen als zij een lerarenopleiding volgen (hbo of universiteit). Je komt in aanmerking voor de tegemoetkoming als je geen studiefinanciering of lening meer kan krijgen bij de Dienst Uitvoering Onderwijs. Het geld is een gift waar collegegeld en schoolkosten van worden betaald.
duo.nl

Extra studiefinanciering
Hbo of universiteit gedaan en nog voltijd een educatieve master volgen? Dan kun je een jaar lang extra studiefinanciering krijgen. Een deel van die studiefinanciering wordt een gift als het diploma binnen tien jaar wordt gehaald.
duo.nl

Subsidie cultuurbegeleider
Wie cultuuronderwijs in het primair of speciaal onderwijs geeft, kan een subsidie krijgen. Van dat geld kan de docent in kwestie ‘cultuurbegeleider’ worden. Het geld wordt gebruikt om de studie te betalen en verlof mogelijk te maken.
duo.nl

Korte scholingstrajecten voortgezet onderwijs
Wie in het voortgezet onderwijs werkt of er in wil werken en niet de juiste bevoegdheid heeft, kan een subsidie aanvragen. Van het geld kan een kort scholingstraject worden gevolgd.
duo.nl

Dit bericht delen:

© 2024 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.