• blad nr 1
  • 1-1-2021
  • auteur M. Bogaarts 
  • Opinie

 

Onderwijsonderzoek John Hattie blijft van belang

Het citeren van onderzoeker John Hattie rechtvaardigt niet zomaar elke werkwijze in het onderwijs. Toch blijft het werk van de Nieuw-Zeelandse hoogleraar een belangrijk uitgangspunt voor verbeteringen, schrijft Marcel Bogaarts.

Met regelmaat komt er kritiek op het werk van hoogleraar John Hattie, de Nieuw-Zeelandse onderwijsonderzoeker die de onderwijsliteratuur heeft bestudeerd, op zoek naar wat werkt op school en in de klas. René Kneyber, oud-leraar en lid van de Onderwijsraad, bestempelde het werk van Hattie in een blog als 'pseudowetenschap'. Een forse aantijging. Als onderwijsadviseurs bij Bazalt worden wij daardoor geraakt, want we maken intensief gebruik van Hattie’s inzichten.

Kritiek
Elke wetenschapper is blij met kritiek. Het biedt de gelegenheid voor debat. Dat brengt onze kennis naar een hoger niveau en haalt eventueel fouten uit onderzoek. Kneybers blog biedt ons de gelegenheid om kanttekeningen en nuances te presenteren bij zijn voorstelling van zaken. Belangrijk is daarbij, dat recente ontwikkelingen in het werk van Hattie in Kneybers betoog buiten beeld blijven.
Hattie is op zoek naar ‘wat werkt het best’ in onderwijs. Het opstellen van een lijst van effecten leek hem ooit een goed idee, maar met het toenemende aantal invloeden op het leren kwam hij tot de conclusie dat een weergave rondom thema’s veel passender is. Kneyber presenteert niettemin een oude ranglijst die Hattie meer dan tien jaar geleden heeft gemaakt.

Impact
Heel veel dingen in onderwijs hebben een enig positief effect. Hattie zelf zegt vaak: alles wat je nodig hebt om een effect te vinden is dat het hart van de leraar klopt. Met zijn onderzoek wil Hattie achterhalen wat het meeste impact heeft en waarom. En juist dat waarom maakt het verschil: het verhaal achter de cijfers. Neem het voorbeeld van de klassengrootte. Hattie beweert niet dat het niet uitmaakt hoe groot een klas is. Hij benadrukt dat je moet bekijken hoe het komt dat klassengrootte gemiddeld zo’n laag positief effect heeft en dat dit effect veel hoger zou kunnen zijn. Door continu op zoek te gaan naar bewijs voor de impact die je als leraar of school hebt op het leren van leerlingen maak je je eigen invloed zichtbaar.
Kneyber stelt in zijn blog dat Hattie beweert dat je jezelf niet hoeft te bekommeren over onderwijsveranderingen met een effectgrootte van minder dan 0,4 keer de standaarddeviatie, een maat voor de afwijking van het gemiddelde. Opnieuw baseert hij zich op een oude versie van Hattie’s model.
Dat je jezelf niet hoeft te bekommeren over invloeden die onder 0,40 scoren is niet de stelling van Hattie. Het belang van zo’n effect is een afweging die je als leraar, team en organisatie zelf maakt, afhankelijk van specifieke omstandigheden en afhankelijk van de vraag of ze bijdragen aan thema’s die jij belangrijk vindt. Je kunt ook kiezen voor interventies met lage effecten omdat ze weinig tijd en geld tijd kosten en omdat leerlingen en leraren er heel blij van worden.

Bron
Hattie is zelf zijn grootste criticus. Hij ziet zijn analyse als een weergave van wat er bekend is over invloeden op onderwijsresultaten. Op grond van de bevindingen is het verhaal achter de cijfers essentieel. Wat betekenen deze onderzoeksuitkomsten voor ons als onderwijsmensen, wetenschappers en beleidsmakers. In zijn boeken en publicaties staat dit verhaal centraal. Zijn analyse is ook een oproep aan de onderwijspraktijk: hoe kunnen we elke leerling een jaar groei bieden, niet door toeval, maar door het juiste onderwijs voor die leerlingen te ontwerpen.
Veel van de kritiekpunten die Kneyber opsomt, hebben Hattie en zijn medestanders eerder weerlegd. In een blog voor Education Week legde zijn collega Peter DeWitt in 2018 al uit dat Hattie maar zelden een onderwijsmaatregel naar de prullenbak verwijst, omdat het cijfermatige effect te laag is. Zittenblijven is een van de weinige uitzonderingen.
Een kritiekpunt dat Kneyber toevoegt, is dat Hattie zich eenzijdig zou richten op wat onderwijspedagoog Gert Biesta kwalificatie noemt: meetbare kennis en vaardigheden. Het opvoeden van leerlingen tot betrokken burgers met besef van het belang van de rechtstaat en respect voor anderen is volgens Biesta evengoed belangrijk als het opdoen van kennis.
Kneyber doet het voorkomen alsof Hattie geen oog heeft voor deze bredere functie van onderwijs. In werkelijkheid denkt de Nieuw-Zeelandse hoogleraar behoorlijk genuanceerd over deze kwestie, zoals bijvoorbeeld blijkt uit zijn bijdrage in het recente boek The purposes of education.
Kneyber concludeert dat er zoveel mis is met het werk van Hattie dat we zijn boek Visible learning niet meer als bron zouden moeten aanhalen. Zoals ik hierboven heb uitgelegd is er voldoende recenter werk van Hattie beschikbaar, maar als Kneyber bedoelt dat we ons als onderwijsmensen niet achter een hoogleraar moeten verschuilen, dan ben ik dat met hem eens.
Wat mij betreft is een argument dat begint met ‘Hattie zegt…’ per definitie verdacht. Het is belangrijk dat we ook de achterliggende informatie raadplegen en benutten.
Anders dan Kneyber stelt ben ik van mening dat de informatie uit ‘Leren Zichtbaar Maken’ wel degelijk geschikt is voor het maken van beleid op scholen. Niet als een simpele rangorde van goed en slecht, maar als uitgangspunt voor een uitgekiende werkwijze.
Met Kneybers laatste conclusie ben ik het dan ook helemaal eens: interventies zoals het helder formuleren van leerdoelen, formatief handelen, feedback geven en directe instructie, zijn prima bruikbaar. Honderden scholen wereldwijd en tienduizenden scholen in Nederland maken gebruik van de aanpak die rondom het onderzoek van Hattie is uitgewerkt.

Marcel Bogaarts is directeur van onderwijsadviesbureau Bazalt.

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.