• blad nr 12
  • 11-6-2005
  • auteur G. van der Mee 
  • Redactioneel

‘Met dit soort keuzes maak je je niet geliefd. Toch heb ik me nooit bitter uitgelaten over de protesten’ 

Wim Deetman weet het nog precies

Even werd overwogen de invoering van de basisschool uit te stellen. De bezuinigingen, de werkloosheid, het zat allemaal niet mee. Het ideaal van de ongedeelde leerweg werd gezien als een ‘gigantische schaalvergrotingsoperatie’. Wim Deetman weet het allemaal nog precies. “Toch heb ik mij nooit bitter uitgelaten over de protesten. Er veranderde veel, ik vond het onvermijdelijk, maar voor de individuele docent kwam het hard aan.” Nog steeds kan hij zich druk maken over onderwijs. Met het terugdraaien van de gewichtenregeling - een klap voor zwarte scholen - is hij het niet eens: “Er wordt iets ongedaan gemaakt waar ík voor moest bloeden.”

Als ‘het gele koffertje’ tevoorschijn komt, begint hij direct te vertellen. Wim Deetman, nu alweer jaren burgemeester van Den Haag, was in 1985 minister van Onderwijs. “Ik zal het nooit vergeten. Ik werd gebeld in mijn dienstauto dat er een probleem was, de kleur deugde niet omdat er in geel cadmium zit. Het was zo’n leuk idee, iedereen zag die twee miljoen leerlingen bij de invoering van de basisschool al met dat koffertje rondlopen. Ik riep nog: Er zijn zoveel gele dingen en het is toch gecheckt bij Vrom? Maar de emoties waren hoogopgelopen, het ging om kinderen dus besloot ik: dan doen we het niet, dan vernietigen we ze. Dat kon ook niet, want dat spul is niet afbreekbaar, als het er eenmaal is, dan is het er. ‘Nou’, zei ik toen, ‘dan had je me ook niet hoeven te bellen, dan moet je die dingen maar gewoon uitreiken’.” Hij kan er nog steeds hartelijk om lachen, maar in die hectische periode werd er niet echt gelachen. “Wij hadden ons enorm uitgesloofd en dan kreeg je dŕt!”
De burgemeester zit in een fauteuil in zijn werkkamer ten stadhuize. Zeven jaar, van 1982 tot 1989, was hij minister van Onderwijs, een periode die wel ‘de winter van Deetman’ werd genoemd vanwege de vele bezuinigingen (“volgens mij moest Ritzen meer bezuinigen”). De invoering van de basisschool vond dus plaats onder een slecht gesternte. Hij weet het nog precies: “Er was minder geld, er was grote werkloosheid, want door de gigantische geboortedaling nam het aantal leerlingen dramatisch af. Dat leidde niet tot minder scholen, het werden er eerder meer, het aantal was opgelopen tot 17.000. Over de sluiting van ieder klein schooltje werd in de Kamer gesteggeld. Op alle terreinen moest de wetgeving veranderen en er werden nieuwe salarismethodieken doorgevoerd. Dat was natuurlijk alles bij elkaar heel veel.”
Even werd nog overwogen om vanwege de bezuinigingen de invoering van de basisschool uit te stellen, maar die gedachte werd snel verworpen. “Er waren zoveel experimenten gaande, er was zo’n lange aanloop geweest. Het idee bestond al in de jaren zestig en kwam echt uit het onderwijs zelf. Toen ik nog niet wist dat ik in de politiek terecht zou komen, nam ik deel aan de ‘Lochemse werkgroep’. De discussie over één ongedeelde leerweg was er toen al. Dat waren allemaal zeer inhoudelijke debatten die gingen over de ontwikkeling van het kind.”
Wat was uw grootste probleem bij de invoering?
“Men vond het een gigantische schaalvergroting. Dat was het voor een deel natuurlijk ook, maar omdat het samenging met werkloosheid, werd dŕt de discussie. Het sleutelwoord bij de sociale plannen was, herinner ik me, ‘natuurlijke afvloeiing’, er mochten geen gedwongen ontslagen vallen. Daarnaast moest voorkomen worden dat er een lost generation ontstond, dus de pas afgestudeerden moesten toch aan werk geholpen worden.”
Echte kopzorgen had hij van het bekostigingssysteem, de beruchte Londo-vergoedingen. “Dat was een geweldige inspanning, een heel technische operatie, alles moest tot in detail geregeld worden, want het was een heel centralistische methode van financiering.” Het lukte en hij heeft er niet noemenswaardig van wakker gelegen, hoewel alles duurder uitpakte dan hij van tevoren had bedacht.

Kleuterkweek
Waar hij minder goede herinneringen aan heeft is de poging om de kleuterkweek en de pedagogische academie tot één opleiding voor de basisschool samen te smelten. Nog kan hij daar verontwaardigd over worden. “Ik vond echt dat we daarin moesten investeren, dus er mocht niet bezuinigd worden, ze hebben er zelfs geld bij gekregen. De vernieuwing is er nooit gekomen, het enige resultaat was dat veel leraren met vervroegd pensioen gingen. Dit heeft zeker remmend gewerkt op de ontwikkeling van de nieuwe basisschool. Er is een moment geweest dat ik wilde ingrijpen en ik heb ook wel gedacht ‘had ik maar zwaar bezuinigd’.” Achteraf vindt hij wel dat het curriculum te vol was, ook voor de lerarenopleiding.
Plotseling herinnert hij zich een ander pijnpunt, de verlenging van de leerplicht die hoorde bij de nieuwe basisschool. “Daar werd ik, waar ik ook kwam, fel op geattaqueerd, ook in mijn eigen partij. Het compromis werd 5 in plaats van 4 jaar, in de praktijk maakt dat toch niet zo heel veel uit.”
Uw staatssecretaris Nell Ginjaar-Maas had het ooit over ‘die walgelijke bezuinigingen’. De bonden besloten op de valreep tot een boycot. Was het allemaal anders gelopen met de basisschool zonder de bezuinigingen?
“Nee. Ik denk ook dat het meer een psychische schok was. Men dacht dat het allemaal wel los zou lopen, we maken pas op de plaats, dachten ze. Dat gebeurde niet. Op alle terreinen is de wetgeving vernieuwd, het kosten- en het salarissysteem veranderden. Achteraf gezien was het voor het veld ook wel heel veel. Ik vond het onvermijdelijk, maar voor de individuele docent kwam het hard aan.”
Dat gold bijvoorbeeld voor het Hos-salarisakkoord, waar het personeel van de basisschool nu juist weer niet slechter van werd. Deetman: “In plaats van de kaasschaaf koos ik voor beleid. Met die salarissen was er sprake van een gigantische reshuffle, het was een nivellering, dus de één werd er slechter van en de ander niet. Hoogleraar Han Leune heeft daar nog eens een analyse op losgelaten. Volgens hem was ik de enige minister in het kabinet-Lubbers I die zich heeft gehouden aan de opdracht om te nivelleren. Met dit soort keuzes maak je je niet geliefd, maar ik heb me nooit, ook niet in kleine kring, bitter uitgelaten over de protesten.”

Speciaal onderwijs
Wat de ontwikkeling van de nieuwe basisschool ook geen goed deed was het toenemende aantal verwijzingen naar het speciaal onderwijs. Deetman: ”Er werd wel eens gezegd: Als dit zo doorgaat, dan zit straks iedereen in het speciaal onderwijs. Dus wij moesten ingrijpen, want al het extra geld ging naar het speciaal onderwijs. Ook dat is ons niet in dank afgenomen. Ik ben erom verketterd, maar dat gold ook voor de staatssecretarissen Ginjaar-Maas en Van Leijenhorst.”
Ondanks alle sores en malaise vindt hij dat de basisschool een grote vlucht heeft genomen. “Begin jaren tachtig bezocht ik een basisschool in de Haagse Schilderswijk. Ze hadden op die school, met vooral Marokkaanse en Turkse leerlingen, twee computers, dat was een hele bezienswaardigheid. Ik zal nooit vergeten dat ik naast een klein jochie stond, die was zo fanatiek op de computer bezig met het invullen van d’s en t’s dat hij nooit heeft doorgehad dat er een minister naast hem stond te kijken. Als burgemeester kom ik regelmatig op scholen, dan zie ik hoeveel werk er is verzet in de afgelopen jaren. Die afschuwelijke discussies over integratie gaan volgens mij aan de kern van het probleem voorbij. In Den Haag is toch al heel vroeg een basis gelegd om die kinderen hier te laten wortelen.”

De wind van voren
De recente wijzigingen in het achterstandenbeleid, waaronder de gewichtenregeling, zijn een financiële klap voor zwarte scholen in de grote steden. Als minister stond Deetman met zijn staatssecretarissen aan de wieg van die regeling. “Wij pasten de bezuinigingen selectief toe, scholen met de grootste problemen kregen het meeste geld. Bij de invoering van de basisschool werd een puntensysteem ingevoerd, dat ging over de sociale klasse van de leerlingen, de herkomst van de ouders, dat soort dingen. Dat systeem was moeilijk, maar ik heb er nooit spijt van gehad. Dat heb ik ook verklaard tegenover de commissie-Blok (die zich boog over de integratie in Nederland, red.). Wij hebben ons nooit uitgelaten over integratie, want wij hadden dat systeem waardoor deze scholen extra leerkrachten kregen. Ik meen nog steeds oprecht dat je moet differentiëren in de toedeling van de middelen, afhankelijk van de problemen die je binnen een school hebt. Onze wethouder Heijnen is niet erg vrolijk over de nieuwe wijzigingen, maar mij raakt het des te meer, want er wordt iets ongedaan gemaakt waar ik toen echt voor heb moeten bloeden. Overal waar ik in het noorden of oosten van het land kwam, kreeg ik de wind van voren omdat men het niet eens was met deze verdeling van het geld. Het ging om solidariteit met scholen die het het moeilijkst hadden en dat viel niet overal lekker.” Ook op dit punt ziet hij achteraf wel wat schoonheidsfoutjes aan het systeem: misschien was het iets te fijnmazig, werd het geld te weinig verantwoord. “Daar was de kritiek dat de klassen verkleind werden, tja, maar toen ik ze groter maakte was het ook niet goed.” Al met al blijft hij nog steeds bij zijn standpunt: “Ik ben onder de indruk wat men met die kinderen doet, maar er moet heel wat werk voor verzet worden.”
Zijn partijgenoot op Onderwijs, minister Van der Hoeven, zo weet hij zeker, is op de hoogte van zijn mening: “Heel Nederland weet hoe wij er hierover denken.”

Dit bericht delen:

© 2021 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.